Een bonte kraai keek toe vanuit een ligusterhaag. Lange rijen hagelwitte stenen markeerden de graven van gesneuvelde Britten en Canadezen. Even verderop was een vers graf gedolven, een langwerpig gat tussen reeds verweerde stenen. Een omineuze berg gele aarde ernaast, de lucht een bijpassend grauw. Ik nam me voor om niet te huilen.