Ik moest even bij zinnen komen. Of misschien moet ik zeggen: op zinnen. Op zinnen die ik hier vertellen kan, zonder gene, kale woorden waar alle haartjes van zijn weggeschoren. Er zit stof tussen de toetsen, een laagje vettig vuil langs de rand van mijn muis. De lucht is grauw. Ik wacht op een somberloze lente.
De lente is het geschikste seizoen om een grote kuis te houden en het stof uit je hoofd weg te laten waaien.