Ik ben door de zomer heen gedreven, als een blad in een beekje, rondom de kiezels, langs een oever die heel langzaam wijkt onder mijn schuren. Het is alweer september.
Twee gladde stenen houd ik in mijn handen, voor mijn borsten. Het lijkt alsof ze steeds zwaarder worden naar mate de regen buiten dichter neerdaalt. Oktober nadert.